Transitievergoeding


De transitievergoeding is één van de afspraken uit de Wet Werk en Zekerheid waarmee het ontslagrecht eenvoudiger wordt gemaakt. 

Iedere werknemer heeft vanaf juli 2015 recht op een vergoeding als hij na een dienstverband van minimaal twee jaren onvrijwillig wordt ontslagen. De vergoeding wordt altijd betaald als de werkgever het dienstverband beeindigt, behalve als de reden daarvoor te wijten is aan gedrag van de werknemer. Op de transitievergoeding kunnen kosten in mindering worden gebracht die verband houden met het bevorderen van de bredere inzetbaarheid van werknemers en kosten die eerder tijdens het dienstverband zijn gemaakt. Denk daarbij aan kosten voor scholing of outplacement. Kosten die te maken hebben met re-integratie van een zieke werknemer vallen hier niet onder.

De hoogte van de transitievergoeding bedraagt een derde van een maandsalaris per dienstjaar voor de eerste tien jaar van een dienstverband en een half maandsalaris per dienstjaar voor de periode na 10 jaar. De maximale transitievergoeding bedraagt 77.000 euro of een jaarsalaris als dat salaris hoger ligt dan 77.000 euro.

Oudere werknemers die al langer bij hun werkgever in dienst zijn hebben een snellere opbouw van vergoeding omdat de overheid vindt dat hun arbeidsmarktpositie slechter is dan die van jongeren. Als zij minimaal 50 zijn en minimaal 10 jaar in dienst, dan bedraagt de transitievergoeding een maandsalaris per dienstjaar voor ieder jaar dat de werknemer op de ontslagdatum ouder is dan 50 jaar.  

Er is een overgangsregeling voor de transitievergoeding ingesteld om te voorkomen dat tijdelijke werknemers niet opnieuw ingehuurd worden. 

Voor bedrijven met minder dan 25 medewerkers is er een overgangstermijn bedongen. Tot 2020 betalen zij een lagere transitievergoeding bij ontslag vanwege bedrijfseconomische omstandigheden. De periode voor de berekening van dienstjaren voor de vergoeding vangt dan op z’n vroegst aan per 1 mei 2013. 

In de Regeling looncomponenten en arbeidsduur wordt bepaald wat 'vaste looncomponenten' en 'variabele looncomponenten' zijn. In het Besluit loonbegrip vergoeding aanzegtermijn en transitievergoeding wordt bepaald wat onder loon valt bij de berekening van de transitievergoeding. 

Voorbeeld transitievergoeding 

Daphne is twaalf jaar in dienst bij haar werkgever als zij wordt ontslagen. Haar jaarloon was 45.000 euro. De transitievergoeding bedraagt over de eerste tien jaar een derde van het maandsalaris per dienstjaar. Dat is 1.250 euro per dienstjaar. Na het tiende dienstjaar is de vergoeding gelijk aan een half maandsalaris per dienstjaar. Dat is 1.875 euro per dienstjaar. In totaal zal de transitievergoeding (10 * 1.250) + (2 * 1.875) = 16.250 euro bedragen.

Transitievergoeding voor zieke werknemers

De transitievergoeding heeft volgens het ministerie van Sociale Zaken & Werkgelegenheid als doel om een compensatie voor ontslag te bieden en de werknemer in staat te stellen de transitie naar een andere baan te vergemakkelijken. De vergoeding moet dus, anders dan de ontslagvergoedingen voor juli 2015, productief worden ingezet bij het vinden van werk. De transitievergoeding is verschuldigd zodra een dienstverband eindigt. Dat kan dus ook zijn bij werknemers die twee jaar ziek zijn geweest en waarbij de periode van verplichte loondoorbetaling bij ziekte eindigt. Na ontslag hebben deze werknemers recht op een transitievergoeding. Op dat moment heeft de zieke werknemer dankzij de Wet verbetering poortwachter al een periode van 104 weken van re-integratie achter de rug. De kosten die de werkgever tijdens de re-integratie maakt kunnen niet in mindering worden gebracht op de transitievergoeding, omdat die kosten op hele andere regelgeving zijn gebaseerd en los van de transitievergoeding gezien moeten worden. 

Relevante artikelen

  • Muis over: Toont verwante wiki's.
  • Dubbelklik: Ga naar de wiki.
  • Blauw: Beschikbaar na inloggen.
  • Groen: Maakt deel uit van jouw abonnement of een cursus die jij volgt.
  • Rood: Maakt geen deel uit van jouw abonnement of een cursus die jij volgt.