Zorgplicht beleggen: gerechtelijke uitspraken 2013


In 2013 zijn diverse uitspraken over zorgplicht bij beleggen gedaan. Een selectie:

Hoge Raad 8 februari 2013

De zorgplicht van de financieel adviseur is omvangrijker dan de onderzoeksplicht van de particuliere klant waardoor meestal een beperkter deel van de schade voor rekening van de klant is.

In een aantal uitspraken van dezelfde datum heeft de Hoge Raad verder invulling gegeven aan de klachtplicht van art. 6:89 BW in beleggingsadviesrelaties (zie BY4600, BX7846 en BX7195). Of voldaan is aan de onderzoeks- en klachtplicht van art. 6:89 BW moet worden beoordeeld aan de hand van alle omstandigheden van het geval. Tijdsverloop is van belang maar niet beslissend. Ook de aanwezigheid van nadeel bij de bank door het tijdsverloop weegt mee. Op de klant/belegger rust pas een onderzoeksplicht of de bank de zorgplicht heeft nageleefd, als hij van de zorgplicht op de hoogte is. Tegenvallende rendementen of verliezen impliceren niet een tekortkoming van de bank en hoeven voor de belegger geen reden te zijn nader onderzoek te doen.

Hoge Raad 14 juni 2013

Aegon moet Koersplan-klanten compenseren voor hoge kosteninhouding.

In de Koersplan-zaak procedeerden de gedupeerden tegen Spaarbeleg Kas NV, de rechtsvoorgangster van Aegon, over een extreem hoge kosteninhouding die was verborgen in de premie voor een overlijdensrisicodekking. Zowel de rechtbank Utrecht (2009), het gerechtshof Amsterdam (2011) als de Hoge Raad oordelen dat deze kosten nooit expliciet overeengekomen zijn tussen Aegon en de Koersplan-deelnemers. Aegon moet de poliswaarde nu herberekenen waarbij 85% van de ingehouden premie voor de overlijdensrisicoverzekering alsnog wordt belegd. Van het Koersplan-product zijn in totaal meer dan 650.000 polissen verkocht. Daarmee vertegenwoordigt dit product circa 10% van alle verkochte woekerpolissen.

Hoge Raad 6 september 2013

Eigen schuldverdeling effectenlease-arresten geldt niet bij beroepsfout financieel adviseur
Van de financieel adviseur wordt een nog uitgebreidere waarschuwings- en onderzoeksplicht geëist dan van de aanbieder van effectenlease-overeenkomsten. De vuistregel voor schadeverdeling uit het Dexia-arrest dat ziet op effectenlease-overeenkomsten (HR 5.6.2009 NJ 2012: 40% eigen schuld), is bij een adviesrelatie niet van toepassing. In een adviesrelatie komt een beperkter deel van de schade voor rekening van de particuliere klant. Dit is logisch omdat juist de particuliere klant de adviseur vraagt voor deskundig advies. Voor de eigen verantwoordelijkheid van de particuliere klant is in een adviesrelatie minder ruimte dan in een effectenlease-overeenkomst.

Zorgplicht en eigen schuld financieel aanbieder effectenlease-product
Volgens de Hoge Raad moet de aanbieder van een effectenlease-product de particuliere klant beschermen tegen de gevaren van eigen lichtvaardigheid en gebrek aan inzicht. Hij moet:

  1. waarschuwen voor het risico op een restschuld bij tussentijdse beëindiging van de effectenlease-overeenkomst, en;
  2. inlichtingen inwinnen over de financiële positie van de particuliere klant. Blijkt daaruit dat de klant niet in staat zal zijn aan zijn betalingsverplichting te voldoen, dan moet de aanbieder hem het effectenlease-product afraden.

Deze zorgplicht neemt niet weg dat ook van de particuliere klant enige kennis van het product mag worden verwacht. Zo zal voldoende duidelijk zijn dat hij bij een effectenlease-product met geleend geld belegt, zodat hij rente en aflossing verschuldigd zal zijn. Verder mag enige inspanning worden verwacht om de effectenlease-overeenkomst te begrijpen.

Zorgplicht en eigen schuld financieel adviseur
Volgens de Hoge Raad is de zorgplicht van de financieel adviseur gezien zijn contractuele adviesrelatie omvangrijker. De financieel adviseur:

  1. moet naast het restschuldrisico ook waarschuwen voor de risico’s die verbonden zijn aan de aanbevolen constructie als geheel, en;
  2. moet niet alleen inlichtingen in te winnen over de financiële positie van de particuliere klant, maar moet ook onderzoek doen naar zijn deskundigheid, risicobereidheid en zijn doelstellingen.

Daarbij beperkt de adviesrelatie de onderzoeksplicht van de particuliere klant. De particuliere klant mag ervan uitgaan dat de financiële dienstverlener zijn zorgplicht in acht neemt, zodat hij zich minder snel hoeft te verdiepen in niet vermelde risico’s dan de afnemer van een effectenlease-product (HR 8 februari 2013, LJN BY4600). Naarmate de door de financieel adviseur aanbevolen constructie complexer is, zal de particuliere klant minder snel gehouden zijn onderzoek naar dergelijke risico’s te doen.